woensdag 31 maart 2010

Positieve en negatieve inspiratie



Ik kwam op de blog van educationinnovation dit filmpje tegen. Zoals zo veel filmpjes kun je geïnspireerd raken over hoe mensen hun onderwijs invullen. Ze spreken tot de verbeelding en motiveren je om nog meer uit jezelf te halen als leerkracht.
Ook bij dit filmpje ben ik zo blij dat er mensen zijn die zich zo uitsloven om deze kinderen een blik in de wereld te geven via technologische ontwikkelingen.

Toch betrap ik mezelf erop na 2 minuten film dat we in Nederland en wellicht ook andere Europese landen misschien wel aan de vooravond staan van iets wat jarenlang onmogelijk leek te zijn: als we ICT en media op dit tempo proberen aan te bieden bij leerkrachten dan worden kansrijk ingehaald door wat we nu ontwikkelingslanden noemen. Leerkrachten in deze landen zijn zelf enorm eager om dit te willen leren omdat ze zien wat de meerwaarde is voor de kinderen. Hier hebben we voor een groot gedeelte te maken met leerkrachten die argwanend zijn en het eng vinden. Ik generaliseer even. Maar bij het zien van dit filmpje wordt ik best een beetje bang. We gaan te laat komen ! is mijn eerste reactie.
In Rwanda, Nepal zijn dingen gaande waar we hier in Nederland nog een puntje aan kunnen zuigen. Nu is dit wellicht in een prematuur stadium maar de leergierigheid van de kinderen en de mensen eromheen zal er voor zorgen dat we voor de tweede keer na China overvallen gaan worden en dat we wel eens achter kunnen raken.
Dus ik zeg het nog maar eens.Werk aan de winkel dames en heren leerkrachten.

woensdag 17 maart 2010

Denken in mogelijkheden

Voordat je kijkt wil ik vragen of je aub de hele video wilt kijken en niet een stukje. Ik heb wel vaker masterclasses gezien. Die zijn voornamelijk gericht op de beheersing en op de interpretatie van de componist. Het niveau ligt daarin erg hoog en kan soms wat saai zijn.
Ik kwam op freshcreation deze video tegen waarin Benjamin Zander (dirigent van het the Boston Philharmonic Orchestra) een ander soort masterclass geeft. Hij heeft een jonge, talentvolle cellist voor zich die hij aangeeft waar het om draait bij het spelen van muziek: Denken in mogelijkheden !

Wat is het nu dat Zander wil laten zien. Niet alleen het denken in mogelijkheden. Het gaat om iets naar boven krijgen in jezelf waarvan je nog niet wist dat je het in je had. Aanboren van talent noemen ze dit wel. Toch is het dat niet alleen. Met talent alleen kom je er niet. Zander laat zien dat de muziek moet leven, dat je moet knokken om te laten zien wat je ermee wilt. Dat kan ontroering zijn. Of door beheersing.

Uiteraard ligt de kracht van deze video voornamelijk bij Zander zelf. Door zijn student te laten voelen dat Bach iets groters voor ogen had dan alleen de muziek. De manier waarop hij alles op alles zet en met een enorme dosis doorzetting, kennis, instrumentbeheersing en empathie voor de jonge cellist is fenomenaal. Het aanstekelijke enthousiasme van Zander is wellicht nog de beste inspiratie om dit naar je lespraktijk te willen vertalen. Hij switched van muziekleraar naar inspirator. Van vaderlijk figuur (het onhelzen) naar coach.
Het is niet voor niets dat de schrijver van de blog wil dat alle leerkrachten zo zijn. Met alleen lesgeven zijn we er niet meer.
We zullen in een ideale situatie de tijd moeten hebben om leerlingen zo te benaderen dat ze alles uit zichzelf halen wat er in zit.

En bovenal met het enthousiasme waarmee we lesgeven. En denk erom: afkijken dat filmpje !!!!




via freshcreation.com

dinsdag 16 maart 2010

k-12 Lipdub

Het maken van een lipdub is een behoorlijke klus. En er zijn nogal wat regels aan verbonden. Volgens de lipdub University zijn dit de regels:

Advices and hints

1) Take a well-chosen ingenious song!
2) Persuade even crazier students than yourself to assist you!
3) At least one professor has to appear in the video!
4) The lipdub has to be shot in your university / on your campus.
5) Don't use a single cut!
6) Have heaps of fun!

Deze regels moeten we natuurlijk wel een beetje aanpassen voor de K-12 lipdub.

1) Neem een popnummer wat de kinderen in ieder geval een beetje kennen.
2) Iedereen uit de klas doet mee. Geen uitzonderingen. De nadruk ligt op samenwerking.
2a) De klas denkt zelf na hoe ze dit gaan maken en organiseren, (de meester of juf mag alleen een beetje adviseren)
3) Zorg dat er wat ouders/juffen/meesters meehelpen en film die ook (kort).
4) We maken de lipdub op onze school.
5) We proberen om de film in 1 shot te schieten.
6) We gaan heel veel plezier hebben.


Het nummer is bekend. We gaan nu met de klas aan de bak om het nummer op te delen in kleinere stukjes. Ieder stukje wordt gelipdubd door dat groepje. Daarna gaan we het heel veel oefenen. Dan komt de de dag dat we een ouder vragen om het geheel te filmen.

Eind dit schooljaar moet het af zijn. Let's go.

zaterdag 13 maart 2010

Een aantal voorbeelden

Op de Archimedes Academy in de Bronx New York werken ze met veel nieuwe technologie om de kinderen te betrekken bij het onderwijsproces. Zie op deze site een aantal filmpjes om te zien hoe de praktijk eruit kan zien in deze school. De vrouw die deze school bezocht ging er van uit een school aan te treffen die er hightech uit zou zien maar ze de gemiddelde school tegen waar het stinkt naar zweetsokken en gympen.

Toch is de school in staat om op een fantastische wijze vorm te geven aan een goeie invulling van technologie.
Check deze site voor de filmpjes.

Teach like your hair's on fire

In mijn vorige blog had ik het over high trust als basis voor informeel leren. Nu kwam ik het stuk tegen van Rafe Esquith die een fifth grade heeft in een slechte wijk vol met drugs, gangrelated crimes enz. Na 23 jaar onderwijzen schreef hij het boek ' Teach like your hair's on fire' . Het is een van de weinige boeken geschreven door een leraar van de werkvloer althans als we de ondertitel van het boek mogen geloven.

Nu is de trust die Esquith beoogt een beduidend andere dan de trust die nodig is om kinderen een informele manier van werken te laten hebben. Maar ergens ook weer niet. Door geloof te hebben in wat de kinderen kunnen en het onderste uit de kan te halen kan hij hen laten zien dat ze in staat zijn tot heel veel. Te vaak denken we oplossingen te hebben voor de tijd waarin kinderen nu opgroeien. We gaan de leerkracht meer en meer als coach zien en kinderen zelf laten ontdekken wat hun leerstijl is en hoe ze kunnen excelleren. Toch is er een kritische kanttekening. De leerkracht die in een klas staat waarbij kinderen gemiddeld tot goed kunnen leren zal wellicht niet alles uit de last halen om hen te laten uitblinken binnen hun talenten.
Ik ben het dan ook roerend eens met Eaquith: geen excellence zonder een leerkracht die het beste in je naar boven haalt en herkent waar je krachten liggen.

There are so many charlatans in the world of education. They teach for a couple of years, come up with a few clever slogans, build their Web sites, and hit the lecture circuit. In this fast-food society, simple solutions to complex problems are embraced far too often. We can do better. I hope that people who read this book realize that true excellence takes sacrifice, mistakes, and enormous amounts of effort. After all, there are no shortcuts.




Het boek is bij Bol.com te krijgen.

maandag 8 maart 2010

Low en high trust

Een half jaar geleden ontving ik van Jeroen Gerth het zeer interessante stuk over low en high trust. Het stuk van Tamir Herzberg ' Vertrouwen in ontwikkeling' is een stuk waar het wat mij betreft om draait in de hele discussie over onderwijsverandering als gevolg van de huidige technologische ontwikkelingen.
Als we het verschil beschrijven tussen low trust leren en high trust leren dan zien we het volgende:

Low trust leren is vaak een afgebakende en vooraf vastgestelde portie leerstof die onderdeel is van het curriculum.

High trust leren: is het vergroten van alle vaardigheden die men ervaart als relevant voor zijn functioneren voor nu en later.

Nu schuilt er in de laatste nog behoorlijk wat vaagheden. Het vergroten van alle vaardigheden die men ervaart als relevant. We gaan er dan voor het gemak van uit dat een leerling in staat is om zo te denken. Een innerlijk drijfveer is hiervoor van uitermate groot belang. Maar goed nu even praktisch: een leerling van 10 weet nog niet wat zijn innerlijk drijfveer is en zal ook niet weten wat relevante vaardigheden zijn. Toch willen we dat leerlingen in het voortgezet en hoger onderwijs in staat zijn om zo te denken. Het basisonderwijs zal hiervoor dus een voedingsbodem moeten creëren. Van abstract naar concreet nu.
Hoe ?

* Een van de veel toegepaste instrumenten in de klas is het directe instructiemodel wat voor een belangrijk deel bestaat uit evaluatie en reflectie.
* In het Daltononderwijs kent men een aantal principes die gebouwd zijn op zelfstandigheid en verantwoordelijkheid voor eigen leren. Vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
* Een geweldig middel is de methode van Meichenbaum. In deze methode kunnen kinderen onder begeleiding van hun leerkracht inoefenen hoe ze aan het werk willen en waar ze op willen letten. Op een afgesproken tijdstip wordt er geëvalueerd en bekeken welke vaardigheden er mee genomen worden naar de volgende dag. Vaak wordt dit instrument gebruikt voor kinderen die niet taakgericht zijn maar is een prima middel om kinderen na te laten denken over wat wel en niet werkt in hun eigen aanpak.

Hight trust leren heeft nogal wat voeten in de aarde voor zowel leerling als voor leerkracht. Angst voor het loslaten is hierbij van groot belang. Trekken we dit breder dan zien we overeenkomsten met de Hoogvliegers in laagland documentaire waarbij Frank Furedi (socioloog) aanhanger is van low trust leren. Daar lijnrecht tegenover staat bijvoorbeeld iemand als John Moravec die duidelijk een vorm van high trust leren aanhangt. Ook Franklin Covey heeft iets met low trust en high trust. Kortom nog veel over te praten, dus binnenkort meer.

maandag 1 maart 2010

Onderzoek...????

Even een kritische vraag: is een onderzoek met deze cijfers nu echt een degelijk onderzoek?
Jantje Beton onderzoek over buiten spelen. Hier het aantal respondenten: 214 in de leeftijd 6–8 jaar, 221 in de leeftijd 9 - 11 jaar. Excuse me ????????????
En dan is een van de conclusies: Buiten spelen is populairder dan binnen spelen.

You got to be kiddin' me.